Waarom (be)grenzen niet te leren valt

Grenzen gaat over veel meer dan nee kunnen zeggen. Vaak denken we dat grenzen vooral te maken heeft met de ander.  Dat een ander over onze grenzen gaat en dat we daar beter naar moeten handelen. Uiteraard is dit een aspect van jezelf begrenzen. Maar waar het mis gaat is, is dat we denken dat we dit met wilskracht kunnen veranderen. Of dat het te leren valt, met zelfhulpboeken of door allerlei assertiviteitscursussen. Het gewoon doen. Echter, vaak stel je dan eigenlijk geen grens, maar sluit je iemand buiten. 

Begrenzen begint van binnen. In en bij jezelf. Het gaat ook over het jezelf grenzeloos weggeven. Iets doen voor een ander ten koste van jezelf. (Te) veel willen helpen. Verantwoordelijkheid nemen die niet bij jou hoort. Jezelf verliezen in de ander of met je aandacht continu buiten jezelf (vaak op de ander) gericht zijn. Uiteindelijk gaat het in de diepte over zelfverloochening. En dat zit dieper dan je met je hoofd op kunt lossen. 

Grenzen zorgen voor veiligheid

Bij aanvang van een opleiding of familieopstellingendag stel ik duidelijke kaders. Wat is de bedoeling, wat is niet de bedoeling. Hoe ‘doen wij het hier’? Wat mag je verwachten en wat niet. Deze kaders zijn nodig om een veilige bedding te creëren waarbinnen we kunnen werken. 

Missen de kaders – en dus grenzen – dan mist veiligheid. Dat werkt niet alleen binnen familieopstellingen zo, maar ook binnen de relaties die je hebt, binnen de groepen waar jij deel van uitmaakt (zoals je familie, sportclub of vriendengroep), op je werk en bovenal de relatie die je hebt met jezelf. 

  • Wat voelt voor jou acceptabel hoe iemand met je omgaat?
  • Wat voelt goed en wat voelt niet goed?
  • Wat is jouw energie je waard en wat niet?
  • Wat heb jij nodig en wat zijn jouw behoeften?

Wanneer je structureel over je grenzen laat gaan – en daarmee jezelf verloochend – doet dat iets met het vertrouwen in jezelf. Je verliest daarmee veiligheid bij jezelf. Want uiteindelijk ben jij het – als volwassen persoon – die voor jezelf moet zorgen. Niemand anders gaat dat voor je doen.

Grenzeloosheid en trauma

Hoe je tegen jezelf praat en met jezelf omgaat is een mooie graadmeter om te onderzoeken hoe het ervoor staat met jouw capaciteit je te kunnen begrenzen. Begrenzen gaat er met name om hoe goed jij in contact staat met jezelf. In hoeverre jij met je aandacht in en bij jezelf kunt blijven. In hoeverre jij helder en zuiver kunt voelen waar jij eindigt en de ander begint. Dat kunnen waarnemen vraagt zelfbewustzijn.

Het gebeurt niet zomaar dat je niet goed kunt voelen wat je grenzen zijn. Het is het gevolg van trauma, conditionering en (belemmerende) patronen die vaak generatie of generatie worden doorgegeven. Zo kan het zijn dat je ouders ook moeite hebben met het voelen van hun grenzen, het beloond werd als je iets deed voor een ander ten koste van jezelf (bijvoorbeeld voor een ouder zorgen) of omdat je al vroeg niet meer op de juiste plek stond in jouw familiesysteem. Als kind ben je – om tal van redenen – bij jezelf weggegaan, omdat het nodig was om te overleven. Toen dus noodzakelijk. Nu als volwassenen niet meer, nu is het onze eigen verantwoordelijkheid om weer in contact te komen met onszelf, onze gevoelens, onze behoeften en onze grenzen. Vaak is daar nog een heel innerlijk proces voor nodig. 

Wanneer is het een grens en wanneer een eigen pijnstuk?

Want hoe weet je nu of er een grens wordt geraakt of dat je in een eigen pijnstuk/patroon bent beland? Dat is waar veruit de meeste mensen moeite mee hebben. 

Kortgezegd: grenzen voel je van binnenuit, daar hoef je niet over na te denken. Je ego hoeft daar niets van te vinden en heeft er niets mee te maken.

Een grens voelt krachtig (ondanks dat het spannend kan voelen de grens te stellen). Een grens is vrij van veroordeling van de ander. Oftewel: de ander mag nog steeds helemaal zijn wie hij/zij is, alleen het gedrag begrens je. Je grens is niet bedoeld om de ander te manipuleren, maar simpelweg aan te geven wat jij wel of niet accepteert. De ander mag daar van alles van vinden of het niet mee eens zijn.

Wanneer het gedrag van de ander bij jou een hevige emotionele reactie oproept, je wijst de ander af of je vindt van alles van die persoon, dán wordt er nog iets van jou geraakt. Dan is het aan te raden om eerst daar de ruimte aan te geven in jezelf, voordat je vanuit die pijn in de reactie schiet. Dan begrens je namelijk niet, maar dan sluit je buiten. 

Een grens is dus niet een verontwaardigde stem die in je tekeer gaat. Die vindt dat je onrecht wordt aangedaan. Of die zegt: “wat denkt hij/zij wel niet!”. Die zijn/haar gelijk wil halen. Een grens is stevig en duidelijk, maar komt vanuit een plek van zachtheid: vanuit liefde voor jezelf.

Grenzen kun je niet leren voelen

Voorkomen dat je over je grenzen gaat is niet iets wat je cognitief kunt leren. Er is geen tip, boek of tool die je daarbij gaat helpen. Een grens is van binnen voelbaar (in je lijf), dan word je vanzelf bewogen om je grens op een juiste en duidelijke manier kenbaar te maken. Zonder deze te hoeven verantwoorden of op een harde wijze neer te zetten (tenzij de harde aanpak nodig is uiteraard, zoals wanneer je fysiek aangevallen wordt).

Tot dit punt komen, daar is dus geen short cut voor. Dat onderscheid kun je alleen maken wanneer je het innerlijke proces met jezelf aan gaat, je eigen patronen en trauma’s onder ogen komt. Doorvoelt. Dán voel je ook wat je lijf (en het leven) van je vraagt.

Om vervolgens met een flinke dosis zelfliefde, moed en inspanning ernaar te handelen.

Want zeker als je daar nog niet zo bedreven in bent, dan kan het behoorlijk spannend zijn je te gaan begrenzen. Verwacht mogelijk zelfs (flinke) weerstand en scheve gezichten van je omgeving, want die zijn jouw grenzen niet gewend. Er kan behoorlijk wat schuldgevoel mee gepaard gaan. Wanneer je dit kunt verdragen, zul je merken dat je grens aangeven steeds beter gaat. Dat het zelfs kracht geeft. 

Hoe kom je dan wél in contact met je grenzen?

Grenzeloosheid begint vrijwel altijd bij het familiesysteem en je relatie tot je ouders (of één van je ouders). Opstellingen kunnen dus helpend zijn om hier inzicht in te krijgen en mogelijk beweging in te brengen.

Verder vraagt het inspanning en moed om gedurende het dagelijks leven zo veel mogelijk aanwezig te blijven in en bij jezelf. En als je er dan iets gebeurt waarvan jij opmerkt: hmm dit zit me eigenlijk niet lekker, om dáár dan bij te blijven. Voel wat er wordt geraakt. Die handeling, die komt dan vanzelf wel.

Kolibrie Academie maakt gebruik van cookies om de bezoekers van onze website de best mogelijke ervaring te bieden en voor het analyseren van bezoekersgedrag waarmee we onze website kunnen verbeteren.